maandag 19 maart 2018

Over herinneringen aan tv's en zo...

Op verzameldagen van gedachten knoop ik Arial aan mijn vingers en sla ik woorden uit blokjes op een scherm.
Mijn vader moest het zien...
Fel geïnteresseerd in vooruitganghield hij van gadgets en nieuwe techniek.
Hij zou nu weten hoe de plek heet waar ik die woorden opsla. Ik niet.
Hoogstens open ik een map, geef ik mijn schrijfsels een naam (dus ja, ik vind ze heus wel terug), en duw ik op een toets die ze opslaat, maar vraag mij niet hoe die 'archiefdoos' heet.
Ik heb eigenlijk ook geen zin in chips en ander jargon dat met computers te maken heeft.
Als mijn gedachten maar veilig zitten.
Voor de rest denk ik: 'Het zal me worst wezen, hoe die dingen heten!'.
Maar mijn vader, die sprak toen al in pixels, wist alles over het nieuwste Canon fototoestel, en verfoeide onze zwart-wit tv die hopeloos ouderwets was geworden, en dat in slechts enkele maanden tijd.
Jawel. Want -plots- kon je, ook in de huiskamer, kijken in kleur!
Hij leefde met, in zijn hoofd, de droom een (toen hele dure) kleurentelevisie bijeen te sparen om ons samen aan te vergapen op lege zondagmiddagen.
'Maar Lou, we zijn nooit thuis op zondag!', opperde ons ma nog, en ze loog niet...
Op zondag gingen we op bezoek of kwam er bezoek. Of we trokken het bos in of naar zee.
Het vooruitzicht van de nieuwe tv maakte voor mijn zus en mij de beleving van toekomstige zondagen draaglijker.
We puberden en haatten de strakke zondagse kleren die bij de voormiddagse kerkdienst hoorden en pas 's avonds, na de plichtplegingen thuis of elders, konden uitgegooid.
Namiddagen voor de tv konden wellicht in jeans en t-shirt. Zo dachten we.
Helaas.
In de hete zomer van 1976 sloten de meest open ogen op de wereld die ik kende.
Ze waren helderblauw, als van de hemel waarin ik hem wenste.
Het duurde nog ettelijke jaren vooraleer we weer zin hadden in tv-vertier...

Op dagen waarop ik me verlies in verzen en mezelf poëtisch waan, vertalen mijn vingers gezwind bedenkingen naar zinnen.
Ik ben er niet altijd happy mee.
Tussennoot: Het is trendy om af en toe een Engels woord te gebruiken, beweert men tegenwoordig. Het maakt, unfortunately, het boenwaslaagje op het (fineer geworden)hout overbodig...
Vroeger bekladde ik heelder cursusblokken met bic-balpennen of met korte Zweedse potloden, 'geërfd' uit bezoeken aan de IKEA waar fineer zowaar het zaakje domineert.
Ik schreef 'des nachts', zonder licht, om hubby niet te storen in zijn snurk-aria of REM-slaap.
Ik krabbelde een eind weg, op ingebeeld gelijnd papier, dat écht in mijn handen lag, en 's morgens was het benieuwd ontcijferen wat de slaapdronken geest had uitgekotst.
Niet zeldzaam primeerde de verwondering.
Alsof een nachtelijk automatisch schrijfinstrument dichterlijke Vlaamse, soms ook Franse zinnen citeerde, als: 'Et je l'ai baisé, comme si c'était la dernière fois'.
OMG! Had ik dit bedacht en geschreven..?
Ik herkende evenwel mijn schrift niet.
Balpennen hebben de neiging dienst te weigeren wanneer je ze -punt omhoog- hanteert.
Daar zijn ze ook niet voor gemaakt, om in ligtoestand, en in het zwart, denkbeeldige lijnen te beschrijven.
Zo zag ik inktloze woorden gedrukt in papier.
Groefjes. Meer niet. Maar wel leesbaar.
(Ook hier kon het Zweedse potlood af en toe soelaas brengen. Zachtjes de groeven grijzen, maakte de letters meer leesbaar.)
Uiteindelijk koos ik voor het altijd presterende potlood om blind te schrijven.
Punt omhoog, punt omlaag... Het ding doet wat het moet.
Nog steeds ligt de Sint-Laurens cursusblok, die ik destijds veel te duur betaalde om mijn kinderen te laten deelnemen aan het katholieke schoolgebeuren, binnen handbereik op de plankenvloer in de slaapkamer, maar nu met een fineliner die ook nooit dienst weigert en de woorden iet of wat duidelijker aflijnt.
Geen woord staat ooit op een lijn, maar dat heeft verder geen belang.
Al jaren wordt het Zweedse potloodje bij de IKEA-kassa netjes weer ingeleverd. Voor hergebruik. Ook dat is weer heel trendy. 
Men noemt het recycling. 

Je kunt zowat alles recycleren, tegenwoordig.
De kringloopwinkels staan er vol mee.
En zo zag ik onlangs, op de Retrodag, een oude tv staan.
Exact hetzelfde Phillips zwart-wit exemplaar, met teakhouten paneel, dat zo hard in mijn herinnering is bewaard en waar we afscheid van namen, toen we moesten verhuizen nadat mijn vader stierf...
En ja. De beelden kwamen terug.
Met z'n vieren in de keuken van het oude huis.
Vader in de zetel. Ik op zijn schoot.
Zus, die ouder was, op een stoel naast de tafel.
En moeder, ons Moesje, ook op een stoel, en die een eindeloos buffet van fruit uit de tuin voor ons schilt, terwijl we ons vergapen aan 'La séquence du spectateur', de Franse actualité cinématographique op TF 1.

Nu zou men spreken over 'trailers'.
En we zouden potato chips eten.
Mijn vader ook. O ja. Met zout vermoed ik, alleen al omdat het hem destijds verboden was.
En we zouden kijken naar zwart-wit films, omdat de beelden vaak cinematografisch veel scherper en kunstiger waren, en zo nostalgisch...
En ik zou nog één keer op zijn schoot kruipen,
en kijken,
en ruiken,
en luisteren naar zijn warm kloppend hart.








dinsdag 13 februari 2018

'Valentijnen'


Mijn lief,

Deze dag houdt een werkwoord in.
We zouden moeten 'Valentijnen'
ofte: bewijzen met offers hoezeer de liefde nog brandt...
Maar laat ons afstand nemen van de obligate bos bloemen,
als zogezegde 'token of love',
of van de gedoodverfde zin: 'Ik zie je graag'.
Want het is zo,
ik kijk graag naar je,
(En meer. Veel meer...)
maar moet dat vandaag dan gezegd...?

Laat ons gewoon 'zijn', zoals altijd,
zoals elke morgen, middag en avond weer,
(én nachten)
met onze dagelijkse knuffelingen en strubbelingen,
maar met, 
telkens weer,
die aanbiddende kijk en glimlach erbovenop.

Het is goed zo.
Ons samen-leven heeft geen nood aan commercie,
aan rode harten in goedkope pluche, of dure lingerie...
(Hooguit is er nood aan een nieuwe kleuren tv, want die is oud.)

Zit nu maar naast me,
aan jouw kant van de zetel,
en dit keer mag je smakken
of slurpen 
als goedkoop cadeautje voor deze 'dag der verliefden'.
(Je mag zelfs je keel weer honderd keer schrapen als je wil, en ik doe dan alsof het me niet irriteert.)

Laat ons maar toegeven,
wat wij hebben is onbetaalbaar...

Dat kan niet gezegd in één dag.



zaterdag 7 oktober 2017

Voor haar



En nu schreeuwt mijn huid om haar hand,
wil ik haar adem happen,
en snappen hoe haar glimlach troost,
in ogen
en mond
in eeuwigdurend houden,
in houden van haar
zij die in alles liefde stak.

En dan braakt de morgen licht
opnieuw
en smeekt het hoofd om schaduw,
met wassende regen
en wind
in stormige gedachten
maar ook in odes aan haar,
vol bloemen,
zij die dwingt om door te gaan
omdat zij -gewoonweg- liefde was.

En toen die kloppende leegte vol heimwee...

Nog steeds wil ik kind zijn
en slapen in de armen van mijn moeder.


dinsdag 4 augustus 2015

Hoe je ging...




En dag kantelt, zomaar, naar nacht.
Zo plots.
Met open ogen,
wellicht nog het laatste beeld
verstard
gedoofd (of misvormd?) door een volle traan
de laatste nog
die het vuur smoort
en droogt
heel langzaam
zo tergend pijnlijk langzaam
op haar verkillende, nog warme huid

Daar stierven ze
haar woorden
gesmoord in bloed en al
en ongesproken...
maar jarenlang gezwegen en gedacht
gevoeld ook
in handen, en mond, en grote armen
in adem die niet sprak maar altijd gaf...


En zij
zij kijkt (in mijn hoofd) naar mij
en weet
mijn kind heeft heimwee




Ik mis je nu. En nu. En nu. En nu. En nu.
Elk moment weer...

maandag 6 oktober 2014

1914 - 1918

Nu de tijd grijst, moeten zij herdacht worden.
Het oorlogsmonument op de markt, met de rijzige soldaat, inspireerde en bracht mij deze woorden:



Voor de gestorven soldaat


Ik had je graag gekend…
Niet alleen jouw naam gelezen, maar hem genoemd…
Dan had ik geweten welke woorden je oversloeg
voor je sprakeloos en koud tot beeld verging.

Want wie nu vertelt het verhaal van de held…,
van zijn angst,
zijn afgelegde tederheid,
de zere huid van zijn handen,
zijn weerloze hart dat barst,
en breekt…

Wie kijkt in zijn ogen en ziet de waanzin,
de doodsangst die stolt, en smelt
tot wrede,
vredige stilte…

Ik wil je roemen in uitgesproken verzen,
jouw blik vertalen en in een laatste gesprek
jouw strijd verhalen
met opgegraven woorden,
van vóór de oorlog jouw stem begroef…


Dat elke herdenking mensen mag raken, en doen bezinnen over de waanzin van oorlog en onrecht, overal in deze wereld en hen mag bewegen tot verdraagzaamheid.



donderdag 25 september 2014

Voor haar...

Ik zou ontzenuwd moeten. 
Lijf en geest ontpijnd.
Want hoe dikwijls al heb ik mijn hoofd gesmoord in rook en wijn, en een vals lied, om niet te moeten voelen en om met slapen mijn denken te sussen..? 

En telkens zag ik de leegte van de nacht in schaduwen, met reflecties op de kast, mijn kijk belemmerd door donker en wazig grijs, en links de duidelijkheid van oplichtende cijfers die genadeloos de tijd er door drammen..

Je wordt ouder. 
En ouder. 
Straks dag. 
Geen slaap. 
Nog wakker. 
En nog wakker. 
En nog niet geslapen. 
Straks moet je weer op. 
Gooi je benen uit bed en slaap!

Ik tel geen schapen maar doden.
Gisteren vierentwintig, maar er zijn er meer.
Familie, vrienden, kennissen. Allemaal geliefd.

Ik zag ze met mijn ogen dicht want met je ogen dicht, kun je zien in het donker.
Ik hield hen vast in mijn hoofd. Keek naar hen hoe ze liepen en lachten en spraken tegen mij, of misschien tegen een ander.
Ik hield de klank van hun stem vast. Van sommigen. 
Van anderen herinner ik mij hun taal niet meer.
Ik zag ze bij mij thuis, of hoe ze waren in hun huis, of in de straat, of aan tafel... een feest of zo.
En ik zag hoe zij, mijn Moeske, op haar rechterzij in haar bed lag. Zoals altijd, met haar rug naar mij toe, en hoe ze zachtjes haar hoofd wat oprichtte, de nek naar links geplooid om mij te kunnen zien, en hoe ze glimlachte en gerustgesteld zuchtte: 'Ah, ge zijt er.'...

Ik keek lang naar haar. En zij naar mij. En we wiegden elkaar in één lange blik..

Toen ik zo lang naar haar keek, moet het gebeurd zijn.
Dan moet de pijn gestopt zijn.
Want mijn benen hingen uit bed vanmorgen.

Ze liepen daarna de tuin in en vonden een bloem, voor haar...







zaterdag 17 mei 2014

Mijn Moeske...

Ik word verteerd...
Het gemis knaagt aan mij. 

Mijn geest. 
Mijn voelen. Mijn zijn...

Met de dag
-ochtend, middag, avond, en vooral nacht-  
slaat de onrust toe.

Je bent niet meer,
En ik kan niet meer bij je zijn...

Er is nog zoveel dat ik wil, met jou, mijn Moeske, mijn 'moeder'.
(Zelfs het woord verklaart de inhoud niet. Zoveel meer was jij...)

De dagen verlopen.
Ik vul ze.
Maar de leegte weegt. Telkens weer. 
In moedeloosheid. 
In mokerslagen.
Want je bent niet meer, en dat te moeten dragen, verlamt. 


Kun je me zien?

Weet je hoe ik huil vanbinnen?
En ook echt...?

Zie je hoe ik bloemen zet bij de urne die je 'omarmt'?

Hoor je hoe ik jouw naam noem, met zoveel fierheid..., maar ook verdriet?

En luister je naar de verhalen die jouw ziel dragen, van herinnering tot levensecht..?

De tijd zou moeten helen. 
Zegt men.
Die tijd drijft ons uiteen. 
Zeg ik...

Ik hoor nog wel jouw stem. 
Zou jouw geur herkennen. Nog steeds...

Maar mijn verstand weet dat herinneringen 'vluchtig' zijn - of wat je er van maakt - en dat niets dan nog is wat het is geweest... 

Dus je zult gaan.
Echt gaan.
Tot een beeld dat niet jouw gelijke is.
Of toch niet helemaal...
Maar mooier, omdat je al zo mooi was.

En de pijn zal duren,
omdat je altijd al onmisbaar was en altijd zult zijn...
tot mijn 'eeuwigheid'
en verder

tot over alle tijd...